Wat je bloedwaarden je vertellen over je gezondheid

Bloedwaarden geven een gedetailleerd beeld van wat er in je lichaam gebeurt. Een simpele bloedprik bij de huisarts of het ziekenhuis levert informatie op over tientallen stoffen en cellen die door je aderen stromen. Die uitslag kan soms spannend zijn, zeker als je niet weet wat de cijfers betekenen. Toch is het niet zo ingewikkeld als het lijkt. Als je begrijpt wat er gemeten wordt en waarom, kun je de uitslag veel beter plaatsen.

Wat er allemaal in je bloed zit

Bloed bestaat uit meer dan alleen een rode vloeistof. Er zitten rode bloedcellen in, witte bloedcellen en bloedplaatjes, allemaal zwevend in een vloeistof die bloedplasma heet. Rode bloedcellen vervoeren zuurstof naar je organen en nemen koolstofdioxide mee terug naar je longen. Witte bloedcellen beschermen je lichaam tegen ziekteverwekkers zoals virussen en bacteriën. Bloedplaatjes zorgen ervoor dat een wond stolt en niet blijft bloeden. Naast deze cellen bevat bloed ook allerlei eiwitten, mineralen, hormonen en suikers. Al die stoffen samen vertellen een arts veel over hoe je lichaam werkt op dat moment.

Rode bloedcellen en wat afwijkende waarden betekenen

Bij een bloedonderzoek wordt vrijwel altijd gekeken naar het hemoglobinegehalte. Hemoglobine is het eiwit in rode bloedcellen dat zuurstof bindt. Een te laag gehalte wordt bloedarmoede genoemd, oftewel anemie. Mensen met bloedarmoede voelen zich vaak moe, duizelig en kortademig. Dit kan komen door een tekort aan ijzer, vitamine B12 of foliumzuur, maar ook door chronische ziekten of bloedverlies. Een te hoog hemoglobinegehalte komt minder voor, maar kan wijzen op uitdroging of bepaalde bloedziekten. Naast hemoglobine kijkt een arts ook naar het aantal rode bloedcellen zelf en naar hoe groot en gevuld die cellen zijn. Die combinatie helpt om de oorzaak van een afwijking beter te begrijpen.

Witte bloedcellen en het afweersysteem

Een normaal aantal witte bloedcellen ligt tussen de 4 en 10 miljard cellen per liter bloed. Er zijn verschillende soorten, elk met een eigen taak in het afweersysteem. Neutrofielen zijn het talrijkst en vechten vooral tegen bacteriën. Lymfocyten herkennen specifieke ziekteverwekkers en maken antistoffen aan. Monocyten ruimen dode cellen en afvalstoffen op. Dan zijn er nog de eosinofiele en basofiele granulocyten. Basofiele granulocyten spelen een rol bij allergische reacties en ontstekingen. Een verhoogd aantal van deze cellen kan in zeldzame gevallen wijzen op bepaalde vormen van leukemie, zoals acute myeloïde leukemie. Een verlaagd aantal witte bloedcellen heet leukopenie en kan ontstaan door een infectie als griep, of door een minder goed werkend beenmerg. Een verhoogd aantal wijst juist vaak op een actieve infectie of ontsteking in het lichaam.

Andere waarden die artsen regelmatig meten

Naast bloedcellen worden er bij een bloedtest vaak ook andere waarden bepaald. De bloedsuikerwaarde, ook wel glucosegehalte genoemd, zegt iets over hoe goed het lichaam omgaat met suiker. Een langdurig verhoogde bloedsuiker kan wijzen op diabetes. Cholesterol wordt ook vaak gemeten, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen het zogenoemde goede en slechte cholesterol. Nierfunctiewaarden zoals creatinine vertellen hoe goed de nieren het bloed filteren. Leverwaarden geven informatie over de gezondheid van de lever. Schildklierhormonen zeggen iets over de snelheid van de stofwisseling. Al deze uitkomsten worden altijd bekeken in samenhang met elkaar en met klachten die iemand heeft. Een enkele afwijkende waarde betekent daarom niet automatisch dat er iets ernstig aan de hand is.

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt het voordat de uitslag van een bloedonderzoek bekend is?
De meeste uitslagen van een bloedonderzoek zijn binnen één tot drie werkdagen bekend. Sommige specifieke tests kunnen langer duren, soms tot een week of meer. Je huisarts of specialist laat je weten wanneer je de uitslag kunt verwachten en hoe je die ontvangt.

Moet je nuchter zijn voor een bloedprik?
Voor sommige metingen is het nodig om nuchter te zijn, zoals bij de meting van bloedsuiker en cholesterol. Nuchter betekent dat je acht tot twaalf uur van tevoren niets hebt gegeten of gedronken, behalve water. Voor een algemeen bloedonderzoek is nuchter zijn niet altijd noodzakelijk. Je arts of de assistente vertelt je van tevoren wat in jouw situatie geldt.

Wat betekent het als een waarde net buiten de referentiewaarden valt?
Referentiewaarden zijn de grenzen waarbinnen een meting als normaal wordt beschouwd. Als een waarde net buiten die grenzen valt, betekent dat niet meteen dat er iets mis is. Referentiewaarden zijn gebaseerd op grote groepen mensen en zijn gemiddelden. Leeftijd, geslacht en andere persoonlijke factoren spelen een rol. Een arts beoordeelt een afwijkende waarde altijd in combinatie met je klachten en andere uitslagen.

Hoe vaak moet je je bloed laten controleren?
Hoe vaak een bloedcontrole zinvol is, hangt af van je leeftijd, gezondheid en eventuele klachten. Mensen met een chronische aandoening zoals diabetes of een schildklierprobleem laten hun bloed vaker controleren dan mensen die gezond zijn. Zonder klachten of bekende aandoeningen is een vaste controlefrequentie niet standaard. Je huisarts adviseert je op basis van jouw situatie.

Scroll naar boven